In die gemeenten staat de onderwijskwaliteit onder extra grote druk omdat er bijvoorbeeld een toestroom is van leerlingen uit een ander gewest. Dit leidt er toe dat ouders er soms niet in slagen om hun kinderen in te schrijven in een school in hun eigen gemeente of een naburige gemeente. Als een groot deel van de leerlingen een andere thuistaal heeft, dan heeft dat bovendien onvermijdelijk een impact op het niveau in de klas. Deze gemeenten hebben dan ook nood aan een beleid op maat. 

Plaats in eigen gemeente

“Door de voorrangsregel vermijden we dat kinderen geen plaatsje vinden in een school in hun eigen gemeente omdat er veel kinderen uit andere gemeenten instromen. In de 35 scholen van het secundair onderwijs in deze 20 gemeenten kunnen dan weer 70 procent van de beschikbare plaatsen voorbehouden aan leerlingen die vanaf hun drie jaar onafgebroken Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben of die sinds hun verhuis naar Vlaanderen of Brussel altijd gekozen hebben voor Nederlandstalig onderwijs. Zo worden gezinnen die kiezen voor het Nederlands ook beloond voor die keuze”, aldus Ben Weyts. 

Weloverwogen keuze

De keuze voor Halle en de 19 Randgemeenten is weloverwogen. Er komen steeds meer leerlingen vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar scholen in de Vlaamse Rand: op 10 jaar tijd is hun aantal met 37 procent toegenomen. Dit zorgt op veel plekken voor een capaciteitsnood. Er komen in de komende schooljaren dan ook extra investeringen, samen met deze nieuwe voorrangsmogelijkheden. 

Sterke instroom anderstaligen

“De gemeenten in de Vlaamse Rand hebben nood aan dit beleid op maat”, zegt Weyts. “We kampen in onze streek nu eenmaal met een sterke instroom van anderstaligen. Kinderen vinden soms geen plaats meer in hun eigen gemeente. De onderwijskwaliteit komt onder druk te staan. We kunnen nu voorrang geven aan wie effectief in onze regio woont én aan wie consequent kiest voor het Vlaams onderwijs en de Nederlandse taal.” 

Onderwerpen