Schat aan vergelijkende informatie

Onze onderwijskwaliteit staat al jaren onder grote druk. Zo toont internationaal vergelijkend onderzoek al vele jaren dalende prestaties. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts wil de strijd tegen de dalende onderwijskwaliteit aangaan met Vlaamse Toetsen, die jaarlijks georganiseerd zullen worden en die álle leerlingen moeten afleggen op vier momenten in de loop van het leerplichtonderwijs. Op die manier kan men permanent vinger aan de pols houden en de evolutie van de onderwijskwaliteit veel beter opvolgen. We zijn dan niet langer afhankelijk van (dure) internationale onderzoeken, die maar om de zoveel jaar georganiseerd worden en slechts een steekproef bestuderen. Dankzij de Vlaamse Toetsen krijgen alle scholen en leerkrachten een schat van informatie en de mogelijkheid om zich te vergelijken met vergelijkbare scholen. Onderwijsverstrekkers, scholen en de Onderwijsinspectie zullen ook sneller en gerichter kunnen ingrijpen waar nodig.  

Geen ‘ranglijstjes’

De Raad van State bevestigt dat de Vlaamse Toetsen de onderwijsvrijheid niet schenden. De Vlaamse overheid mag er ook voor zorgen dat de resultaten van de Vlaamse Toetsen niet zomaar vallen onder de openbaarheid van bestuur. Dat is belangrijk, omdat zo vermeden kan worden dat er ranglijstjes van scholen opgemaakt worden. De scholen zelf krijgen inzage in de resultaten zodat ze zich desgewenst kunnen vergelijken met vergelijkbare scholen, over alle onderwijsnetten heen. Zo kunnen scholen hun intern kwaliteitsbeleid voeden en versterken. 

Begeleidingstrajecten voor slecht presterende scholen

De resultaten worden geanonimiseerd op schoolniveau en ook gedeeld met de onderwijsverstrekkers en de Onderwijsinspectie, zodat deze een extra bron van informatie hebben om scholen gericht te begeleiden. Voor scholen die bij herhaling slechter presteren, volgen er begeleidingstrajecten.

Revolutionair

“Met de Vlaamse Toetsen gaan we ons onderwijs een spiegel kunnen voorhouden”, zegt Weyts. “We gaan nooit echt aan onze onderwijskwaliteit kunnen werken als we niet precies weten waar welke problemen zitten. Op dit moment vaart ons onderwijs blind, of minstens in dikke mist. Inhoudelijk gaan we focussen op wiskunde en Nederlands, want dat zijn de belangrijkste vakken – die samen alle andere vakken mogelijk maken. Naar Vlaamse normen is dit revolutionair, maar laten we niet vergeten dat dit in andere landen al lang bestaat”.