Vroeger werd elke inbreuk tegen de dierenwelzijnswetgeving overgemaakt aan het parket, zonder onderscheid tussen heel kleine en zeer zware schendingen. Gevolg: de dossiers stapelden zich op en werden doorgaans zonder gevolg geseponeerd. Minister Weyts voerde de administratieve boetes in, zodat niet langer alle dossiers bij de parketten belanden en inbreuken effectief bestraft worden. In ruil verwacht Vlaanderen dat de parketten de pv’s die wél worden overgemaakt ernstig behandelen.

Van 207 naar 270 boetes

In de periode 2015-2019 schreven inspecteurs van de Dienst Dierenwelzijn voor 716.725,60 euro aan boetes uit. In 2015 ging het om 207 administratieve boetes, voor een totaalbedrag van meer dan 112.000 euro. In 2019 was het aantal boetes gestegen naar 270, goed voor bijna 190.000 euro. Het kan gaan om onder meer particulieren die hun dieren verwaarlozen, mensen die huisdieren verhandelen zonder erkenning of kwekerijen die de regels niet naleven. Naargelang de inbreuk kan de boete oplopen tot 1.960 euro.

Verhoogde pakkans voor dierenbeulen

“Kordate handhaving is de sluitstuk van elk beleid. Ik heb meer inspecteurs aangeworven. Er wordt nu meer en grondiger gecontroleerd, dossiers worden niet meer massaal geseponeerd en we verhogen de pakkans voor dierenbeulen. Elk dier in nood verdient het dat de meldingen opgevolgd worden en dat alle boetes betaald worden tot de laatste cent.”

Elke boete moet betaald worden

De opbrengsten spijzen het Dierenwelzijnsfonds, dat onder andere dient voor de goede opvang van in beslag genomen dieren, sensibiliseringscampagnes en wetenschappelijk onderzoek. “Sommige mensen weigeren de opgelegde boete te betalen. Hiermee riskeren ze dat hun dossier naar het parket gaat. De afgelopen vijf jaar hadden we zo 193 gevallen. Zij gokken dat we niet volhardend zullen zijn, maar ze vergissen zich. Elke boete moet betaald worden.” 

Onderwerpen