26 november 2009Eindelijk. Na zo lang langs de kant te hebben staan roepen dat ie wel degelijk kan zwemmen in het diepe, mag Yves Leterme opnieuw het grote bad in. Een kruis over die eerdere poging die strandde nog voor de meet van het 50meter diploma.
Maar omdat men zowel in Laken als in de Wetstraat toch ook niet helemaal doordrongen lijkt van het zwemtalent, krijgt de enthousiasteling zwembandjes aangepast. Een grote zwemeend eigenlijk, in de persoon van Jean-Luc Dehaene. Zelfstandig zwemmen in het diepe is voor daarna. Eerst die vervaarlijke kaap van B-H-V ronden.
De Morgen was gisteren al zo attent om de zwembegeleider van de nieuwe premier een bevattelijk overzicht te schetsen van enkele oplossingen voor de kieskring. Zo werd ook een noodwet-scenario aangehaald met – al dan niet voor één keer – een terugkeer naar de arrondissementele kieskringen. De redenering luidt dan dat het toenmalige Arbitragehof, vandaag Grondwettelijk Hof, de paarse kieshervorming en de invoering van de provinciale kieskringen ongrondwettelijk achtte omdat overal provinciale kieskringen werden ingevoerd, behalve in Vlaams-Brabant.
Dat is echter maar een deel van het verhaal. Het arrest van het Arbitragehof stelde óók dat de kieskring B-H-V ongrondwettelijk is omdat de kieskring, als enige in heel België, de grondwettelijke provinciegrenzen niet erkent. In tegenstelling tot de kandidaten uit Leuven, moeten de kandidaten uit Halle-Vilvoorde immers concurreren met kandidaten van buiten de provincie.
In het arrest van 2003 luidt het letterlijk: "Door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te handhaven, behandelt de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere wijze dan de kandidaten van de andere provincies vermits, enerzijds, zij die kandidaat zijn in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in concurrentie moeten treden met kandidaten die elders dan in die provincie kandideren, en, anderzijds, zij die kandideren in de kieskring Leuven niet op dezelfde wijze worden behandeld als zij die kandideren in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde" (overweging nr. B.9.5).
Deze ongelijke behandeling wordt niet verholpen door terug te keren naar de arrondissementele kieskringen. Ook dan moeten de kandidaten uit Halle-Vilvoorde, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kandidaten uit Leuven, immers concurreren met kandidaten van buiten de provincie.
Dat het Arbitragehof de kieskring B-H-V in een eerder arrest van 1994 wel bestaanbaar achtte met de Grondwet, verandert daar niets aan. Rechtspraak is immers dynamisch en evolutief, net zoals de samenleving. In dat opzicht valt de lectuur aan te bevelen van de overweging die volgt op de zonet geciteerde: “De maatregel (de handhaving van de kieskring B-H-V, nvdr) gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr.90/94 werd vastgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. (…)”(overweging B.9.6)
Dus ja, het toenmalige Arbitragehof heeft in 2003 inderdaad nooit gezegd dat de kieskring B-H-V gesplitst moet worden. Maar neen, met een eenvoudige terugkeer naar de kiesarrondissementen van weleer is het varkentje niet zomaar gewassen. Trouwens, als inwoner van Halle-Vilvoorde was ik samen met mijn partij een van de verzoekende partijen in het geding van 2003, in het eerbiedwaardige gezelschap van onder andere Herman Van Rompuy en Carl Devlies. Het spreekt dan ook voor zich dat wij opnieuw naar het Grondwettelijk Hof zullen trekken indien men alsnog zou opteren voor het noodwetscenario. Om te vermijden dat er pas een uitspraak zou volgen ná de verkiezingen, zal ook een beroep aanhangig gemaakt worden bij de Raad van State tegen administratieve rechtshandelingen (besluiten, omzendbrieven…) die gesteld worden in uitvoering van die nieuwe wettelijke regeling.
Democratische meerderheid
Tot slot nog dit, voor wie een stemming van de bestaande wetsvoorstellen in het parlement een onzalige gedachte vindt. Een stemming van de Vlaamse meerderheid tegen een Franstalige minderheid, dat zou niet democratisch zijn. Ik dacht dat dat een tautologie was, een wet gestemd met een democratische meerderheid. Intussen gaan wel stemmen op om in het Brussels parlement, Franstalige meerderheid tegen Vlaamse minderheid, een volgend belangenconflict te stemmen. Dat is dan wél een democratische meerderheid. Net zoals de Franstalige meerderheden in de faciliteitengemeenten. Op een boogscheut van mijn deur, in Linkebeek en Sint-Genesius-Rode, wordt de Vlaamse minderheid op zowat elke gemeenteraadszitting weggestemd door een Franstalige meerderheid. Heeft ooit al één Vlaming het in zijn hoofd gehaald om het democratisch gehalte van stemmingen in die gemeenten te betwisten?
|
Auteur(s): |
Ben Weyts, Kamerlid |
Contactinfo: |
ben [dot] weyts [at] n-va [dot] be |
Thema('s): |
Staatshervorming, Democratie |